De een zijn dood is de ander zijn brood

15 juli 2018

De een zijn dood is de ander zijn brood

Leren doe je overal, een leven lang. Ik heb natuurwetenschappen gestudeerd. Bij natuurwetenschappen denk je snel aan de big bang (oerknal), aan de evolutietheorie van Darwin of aan de relativiteitstheorie van Einstein. En vergeet de Vanderwaalskrachten niet; krachten tussen moleculen, genoemd naar de Nederlandse natuurkundige Johannes Diderik van der Waals.  

Voor mijn carrière als docent in het voortgezet onderwijs koos ik voor natuur- en scheikunde (nask) als hoofdvakken. Zo’n 15 jaar geleden solliciteerde ik op een vacature op een school in Almere voor het vak KDN; kennis der natuur. Naast nask mag ik ook biologie geven. Vond ik meteen leuk, want hoe meer vakken je geeft hoe interessanter het wordt.  

Biologie gaat meestaal over leven en dood. Bij leven denken de leerlingen heel snel aan zaadjes die uitgroeien tot planten. Planten hebben water nodig anders gaan ze dood. De leerlingen leren ook wat over het dierenrijk. En natuurlijk iets over voedselketens en natuurlijke habitats.  

‘Biologie overal’ was de methode waar ik mee werkte. Hoofdstuk 4 heet letterlijk: “de een zijn dood is de ander zijn brood”. Met een foto van een diepzeemonster. Daarover ging mijn introductie bij dit hoofdstuk. Bij het introduceren van een nieuw hoofdstuk gebruik ik de didactische werkvorm van het ‘onderwijsleergesprek’. Zeer geschikt om kennis over te dragen, maar vooral om de voorkennis van de leerlingen te activeren.  

Ik kan me nog heel goed herinneren hoe rustig het in de klas was; hoe iedereen meedeed. De klas bleef zo tot Samantha haar vinger opstak. Samantha kreeg het woord en zei: “Meester, ik zit te kijken op de volgende pagina en ik zie onderaan een dode vogel. Ik vind het zielig. Een vogel gaat niet zomaar dood. Wie heeft hem doodgemaakt? Ik houd heel veel van vogels. Daarom hebben we bij ons in de tuin altijd vogelvoer, vooral in de winter.”  

Ik durfde bijna niet te reageren. Een verkeerde reactie zou betekenen dat Samantha mijn biologielessen nooit meer leuk zou vinden. Gelukkig werd het leergesprek spontaan door de leerlingen overgenomen. Iedereen mocht zeggen wat hij of zij denkt.  

Biologie gaat ook over levenloos; bijvoorbeeld over stenen. Een steen heeft nooit geleefd. Er zijn wel mensen met een hart van steen. Daarover schreef Renate Dorrestein al in 1998 haar roman met de titel ‘Een hart van steen’. Renate Dorrestein was van de zomer van 2013 tot en met die van 2014 in Almere als gastschrijfster. In opdracht van de gemeente schreef ze in het kader van “Almere Verhalen” een roman met de titel: Weerwater. Een vertelling over uitzichtloosheid en hoop, over egoïsme en opoffering, maar vooral over de liefde en het verlangen naar verbinding.  

Liefde en verlangen naar verbinding staan synoniem voor fatsoenlijk handelen. Wat de afgelopen maand in de raad van Almere is gebeurd, heeft niets met fatsoen te maken. Een raadslid hoort zorgvuldig besluiten te nemen. Daar hoort een zoektocht naar relevante informatie bij en het horen van betrokkene voordat je iets politiek maakt. Ik hoop dat de verantwoordelijken iets hebben geleerd van alle onfatsoenlijke taferelen die een mens hebben beschadigd.  

Een mens is nooit te oud om te leren. De afgelopen weken heb ik geleerd dat macht soms heel verschrikkelijke dingen in mensen bovenbrengt. Politieke macht kan van persoonlijke frustratie een dodelijk wapen maken. Een mens zomaar veroordelen zonder de feiten te kennen en zelfs zonder het slachtoffer te horen, mag niet de stijl zijn. Dat had niet mogen gebeuren. 

Tjeerd, ik zal je vreselijk missen. Loes, van harte welkom in Almere!  

Disclaimer